Krijsen
Er was eens een tijd. Te lang geleden om je te herinneren, maar nog niet lang genoeg geleden om niet onderdeel te zijn van je verleden.
Want wie heeft er nog een actieve herinnering aan hoe het was om een klein kindje van twee jaar te zijn?
Ik niet, maar van vrij dichtbij maak ik nu mee hoe dat kan zijn. Het buurmeisje is namelijk van die leeftijd en als buren krijg je het nodige mee.
Zeker omdat dit buurmeisje nogal luidruchtig is. Niet doordat ze heel hard praat, maar doordat ze niet kan praten.
Omdat zich niet kan uitdrukken in taal, heeft ze zichzelf iets anders aangeleerd. Volledig onbewust en automatisch. Zoals dat gaat bij ieder jong kind.
Zo is dat vroeger bij mij gegaan. En zo is dat ook bij jou gegaan. Als heel jong kindje pas je je aan aan de omstandigheden waarin je opgroeit. Onbewust ontdek je al doende wat wel en wat niet werkt.
Zoals brutaal en assertief zijn of je juist in jezelf terugtrekken. Of misschien heel lief en braaf zijn dan wel jengelen en schreeuwen om te krijgen wat je wilt.
Dit buurmeisje heeft geleerd om bij alles waar ze niet blij mee is heel hard te gaan krijsen. Het is een mengvorm van schreeuwen en huilen. Soms met, soms zonder tranen.
Haar taal is dan nog niet ontwikkeld, haar stembanden zijn dit des te meer.
Want het heeft effect.
Zelfs ik merk dat haar hele harde krijsen effect heeft. Ik hoor haar moeder, vader, oma of opa in de actiestand schieten en de oorzaak proberen op te sporen en op te lossen.
Dat kan van alles zijn. Honger, dorst, moe, pijn en ongemak zoals een volle luier. Of haar oudere zus die iets doet dat haar niet zint.
Zo heeft ze hard krijsen volledig onbewust en automatisch ontdekt als gedrag dat werkt. En in ieder wakker uur is er wel een paar keer iets waar ze niet blij mee is.
Haar bijna vierjarige zusje is uiteraard ook onderdeel van de gezinsdynamiek.
Onlangs, toen het gekrijs weer losbrak, hoorde ik haar in de tuin tegen visite zeggen dat haar zusje nog niet kan praten. Alsof daarmee de overlast niet alleen verklaard, maar ook geaccepteerd is.
Binnen deze dynamiek ontwikkelt zij als bijna vierjarige ook weer haar eigen patroon om hiermee om te gaan. Volledig onbewust en automatisch.
Hoe zorg ik voor zo min mogelijk onvrede en daarmee gekrijs van mijn kleine zusje?
Met als onderliggende onbewuste reden: hoe zorg ik ervoor dat onze ouders ons niet verlaten en we niet dood gaan?
Deze diepe overlevingsdrang ligt onder iedere aanpassing, onder ieder patroon. Volledig onbewust en automatisch.
Voor ons allemaal hoop ik dat het kleine buurmeisje snel een andere manier gaat ontwikkelen om haar onvrede uit te drukken. Dat ze ergens gaat leren dat krijsen niet werkt om haar onvrede op te lossen.
Want anders is ze zometeen een kind, een puber en later een volwassene die verbaal en non-verbaal gaat krijsen om haar zin te krijgen.
En misschien herken je het wel. Wellicht bij iemand in je omgeving, privé of zakelijk. Of als je goudeerlijk bent richting jezelf en heel diep gaat graven, vind je ook je eigen patroon of patronen.
Want iedereen ontwikkelt in die jongste pakweg eerste zeven levensjaren patronen.
Vervolgens bevestigen we deze patronen in de decennia daarop keer op keer. Simpelweg door naar onze patronen te gaan leven en selectief waar te nemen. Via de “zie-je-wels, ik ben nou eenmaal …”, slijten die patronen diep in.
Vervolgens komt er een tijd dat we daar flink last van krijgen. De uitingsvorm verschilt, maar komt vaak in een vorm van vastlopen. In je gezondheid, relatie of werk.
De oorzaak is steeds dezelfde: je oude patroon of patronen.
Wat de reden was van het ontstaan van je patroon TOEN is NU niet meer relevant. Dat verander je niet meer. Maar het is nooit te laat om je bewust te worden van je eigen patroon en als je er last van hebt hier een andere keuze in te gaan maken.
En daarvoor is NU altijd het beste moment.
Wil jij dit ook, maar weet je niet hoe? Klik dan hier.
